Filters

Filters zijn glazen of kunststof plaatjes die (al dan niet met behulp van een filterhouder) voor de lens van een camera kunnen worden geschroefd. Hiermee kunt u de beeldkwaliteit verbeteren. Door kleuren en effecten kunt u ook de uitstraling van een beeld veranderen. De belangrijkste correctiefilters zijn het polarisatiefilter en het UV-filter.


Polarisatiefilter

Hiermee kunnen schitteringen van het water worden verminderd en reflecties in glimmende oppervlakken worden vervaagd. Met als welkome bijwerking dat de kleuren feller en dieper worden en een grijze lucht iets blauwer wordt.

UV-filter
Hiermee voorkomt u het flets en blauwig worden van opnamen door te veel ultraviolette lichtstraling (veelvoorkomend rond de Middellandse Zee, aan tropische kusten en in de bergen). Veel cameralenzen worden standaard voorzien van een UV-coating ter bescherming tegen zo'n blauwzweem.

Kleurfilters
Deze zijn in veel variaties verkrijgbaar en voegen een egale dan wel een verlopende kleur toe aan de opname. In het eerste geval wordt het hele beeld gekleurd; in het tweede een gedeelte daarvan, bijvoorbeeld alleen de lucht, terwijl de voorgrond neutraal blijft. Een central spotfilter, met een glashelder centrum en gekleurde randen, maakt het mogelijk een persoon of onderwerp op de opname in een gekleurde omgeving te zetten.

Effectfilters
Hiermee beïnvloedt u de werkelijkheid op zo'n manier dat op de opname een nieuwe realiteit ontstaat. Een sterfilter bijvoorbeeld laat lampjes stralen als sterren.

Multi-imagefilter
Hiermee maakt u één beeld meerdere keren zichtbaar.

Nog meer filters
En zo zijn er nog veel meer filters. Voor regenboog- en neveleffecten, om een romantische sfeer te creëren, of een speedfilter die bij het fotograferen van een stilstaand object de suggestie van snelheid geeft. Bij het maken van zwart/witfoto's bewijst het geel- of oranjefilter een goede dienst door in luchten contrast aan te brengen, zodat wolkenpartijen op de foto duidelijk zichtbaar zijn.